Trekt u aan de schuifbalk voor een compleet overzicht

 

'Zomaar een fragment uit het boek van Jac. P. Thijsse uit 1914 over een fietstocht bij Stavoren'

‘Een eindje verder weer zoo'n hek en ik peddel al als een razende vooruit, om het voor mijn lieve vrouw open te maken want die houdt niet van afstappen. Doch een paar vriendelijke kinderen hebben het al opengezwaaid. Ik groet dankend en een oogenblik later hoor ik de Mater ook met haar vriendelijkste stem zeggen: “dank je wel, lieve kinderen”, maar ‘t komt mij voor, dat de wedergroet van de bereidwillige kleinen niet zo hartelijk is, als we dat op texel gewoon zijn. Een poosje later weer zo'n hek, weer kinderen die het prachtig op tijd voor ons openen, maar nu hoor ik duidelijk dat ze ons een verwensching naroepen. Terwijl ik nog beteuterd zit over die tegenstrijdigheid in het gedrag der jeugdige Friezen, roept de Mater: “ik weet ‘t al, je had ze wat moeten geven – een cent bijvoorbeeld” voegt ze er als een zuinige huisvrouw bij. En als we nu weer zoo'n hek naderen, dan staat daar een heel schooltje kinderen, zoodat ik maar een handjevol brons op den weg gooi. Ditmaal klinken weer verwenschingen, maar die gelden niet ons doch de grabbelende vlaskoppen onderling'.